HOORN - Verliefd was ik. Smoorverliefd. Op het meisje met de kleine krulletjes en de mooie glimlach. Linda. Ze zat vaak achterop de brommer van een oudere jongen met een zwartleren jack. De jongen rookte shag…
Ze was onbereikbaar voor me. Pas toen mijn beugel eruit ging en ik met mijn tong over mijn gladde tanden gleed steeg mijn zelfvertrouwen. Ik kocht nieuwe kleren en nam een kruisje als oorbelletje. Het was tijd om haar de liefde te verklaren.
Valentijnsdag was in aantocht, ik kocht een knalroze kaart met een olifant erop. De olifant hield met zijn slurf een groot hart omhoog. Achterop de kaart stond in olifantenletters ‘ I love you ’ geschreven. De avond voor Valentijnsdag stopte ik hem bij haar in de bus. Terug op de fiets bonsde mijn hart als nooit tevoren. Bonzend van de spanning. Bonzend van de liefde. Voor Linda.
De volgende dag kwam ik haar op school tegen en ik hoopte dat ze me in haar armen zou sluiten, dat ze me zou kussen en dat we eeuwig samen zouden blijven. Ze keek me niet aan. De eerste dag niet en de rest van de week ook niet. Toen ik een vriendin van haar tegenkwam vroeg ik of ze de groeten aan Linda wilde doen. ‘Doe maar de groeten van de olifant’. Nog steeds zag ze me niet staan. Het was wel duidelijk. Ze wilde me niet. Ze wees me af. Langzaam maar zeker, vlinder voor vlinder, ging de verliefdheid voorbij.
Op de reünie van de middelbare school, kwam ik haar weer tegen. Nog steeds die kleine krulletjes en nog steeds die mooie glimlach. Mijn tong gleed over mijn tanden, ik nam een slok bier en liep naar haar toe. Gelukkig herkende ze me meteen. Ik was die jongen met dat kruisje in zijn oor. Na een paar biertjes vertelde ik haar hoe ongelofelijk verliefd ik vroeger op haar was. Ze bloosde. Ze had nooit iets doorgehad. Toen ik haar vertelde dat ik haar ooit een Valentijnskaart gestuurd had verscheen weer die prachtige glimlach op haar gezicht. Ze was altijd al nieuwsgierig van wie die kaart toch was. Haar vriendin had nooit de groeten gedaan. We keken elkaar aan en schoten in de lach. Het was goed zo. Onze glazen gingen ter hemel en we proostten op het leven, de liefde en de olifant. Tom Schotten